Gewoon beginnen

Hoogwaardig hergebruik en te hergebruiken materiaal staan centraal in circulaire transformatie BlueCity

BAM en BlueCity bundelen hun krachten om circulariteit in de gehele bouwketen te verwezenlijken. De focus ligt daarbij op hoogwaardig hergebruik. En dat heeft vergaande consequenties voor de samenwerking. In de circulaire bouw-ambitie is iedereen in de hele keten nodig. In deze serie interviews onderzoeken we wat dit uitgangspunt betekent voor het werk op elk niveau: van opdrachtgever en directeur tot projectmanager en timmerman - en zelfs leveranciers.

In dit interview komen Jeroen Zandboer, manager Duurzaamheid BAM Bouw en Techniek, en Yvette Govaart, directeur Vastgoed BlueCity, aan het woord. 

v.l.n.r.; Jeroen Zandboer, manager Duurzaamheid BAM Bouw en Techniek, en Yvette Govaart, directeur Vastgoed BlueCity

Koninklijke BAM Groep nv is een beursgenoteerd Nederlands bouwconcern dat wereldwijd opereert. Het bedrijf initieert, ontwikkelt, bouwt en onderhoudt projecten op het gebied van wonen, werken, transport en recreatie. “BAM is een technisch dienstverlener die toonaangevend wil zijn,” vult Zandboer aan; juist ook op het gebied van circulair bouwen.

BlueCity, het voormalig subtropisch zwemparadijs en voorbeeldstad voor circulaire economie, biedt de experimenteerruimte, waarbij de ambities daadwerkelijk ten uitvoering worden gebracht in een project. Door te werken aan de circulaire transformatie van voormalig Tropicana bouwt BAM meer kennis over de circulaire bouw op. “Ons uitgangspunt? Wij beginnen gewoon alvast,” aldus Zandboer. “BlueCity is een uitdagend project waarin we enorm veel praktijkervaring op doen. Dat maakt dat wij als bedrijf straks klaar zijn voor de grote vraag die vanuit de markt gaat komen.”

Leren door te dóen

Een leidend principe in de circulaire economie: leren doe je door te dóen. En dat begint in het geval van een circulair bouwproject al direct anders dan in reguliere bouwprojecten. Govaart: “In een circulair bouwproject werk je vanuit een ontwerpend principe; je weet aan de voorkant nog niet welk materiaal je gaat tegenkomen, en dat betekent dat je ontwerp zo flexibel moet zijn dat het verschillende materialen kan opnemen.”

Dat vraagt om een andere manier van samenwerken. In een traditioneel bouwproces ontwikkelt de opdrachtgever alles helemaal uit tot je tot een definitief ontwerp komt, zet vervolgens een aanbesteding uit onder aannemers en kiest voor de partij die de laagste prijs biedt. “Wij werken veel liever binnen de context van samenwerken, want dan leer je van elkaar. We werken dus niet per se zuiver als opdrachtgever-opdrachtnemer; we zitten steeds vroeger met elkaar aan tafel,” aldus Govaart.

Hoogwaardig hergebruik en te hergebruiken centraal

Door het project vanaf het begin in een bouwteam te organiseren, kunnen duurzaamheid en circulariteit vroeger in het proces geborgd worden. Dat geldt in eerste instantie voor het maak-perspectief: je moet het in elkaar kunnen zetten op een goede manier, en je wilt dat het ook weer op een goede manier uit elkaar kan.

Daarbij wil je ook de juiste materialen gebruiken; hoogwaardig hergebruik staat daarbij centraal. “Dat is een ambitie die door alle betrokken partijen wordt onderschreven; opdrachtgever, architect, aannemer, installateur, constructeur en eindgebruiker. Die gedeelde ambitie is nodig om gedurende het proces, dat in praktijk erg weerbarstig is, koers te kunnen houden”, vertelt Govaart.

Dynamisch definitief ontwerp

Nienke Binnendijk, directeur van BlueCity Lab, heeft een programma van eisen geschreven. Superuse Studios, het architectenbureau dat de transitie van BlueCity heeft geïnitieerd en momenteel cureert, heeft op basis daarvan een voorlopig ontwerp gemaakt met materialisatie en deels al geoogst materiaal - dat is uniek binnen de sector. Daar heeft prijsvorming op plaats gevonden, en vervolgens is heel snel tot de uitvoering overgegaan.

“Superuse Studios gebruikt de term: dynamisch definitief ontwerp”, zegt Zandboer, “Tja, daar wordt de gemiddelde aannemer wel een beetje zenuwachtig van. Want eigenlijk zeg je: definitief niet-definitief ontwerp.” Dat uitgangspunt is typisch voor circulair bouwen - en fundamenteel anders dan in de traditionele bouw. “Onze mensen hebben daarvan moeten leren, dat kan ik wel stellen,” aldus Zandboer. “Bij onze directie heb ik dit project dan ook gepresenteerd als onze proeftuin. Aan het begin dachten we: dit wordt niet makkelijk - en uiteindelijk werd het nog moeilijker dan gedacht. Het maakt ons nog trotser op het eindresultaat.”

Het belang van continu dialoog

Toen het programma van eisen en het dynamisch definitief ontwerp er eenmaal lagen, heeft BAM een prijs afgegeven en is heel snel aan de slag gegaan. “Een tikje té snel, wellicht,” peinst Govaart: “maar dat was een sterke wens vanuit ons. Het BlueCity Lab moest zo snel mogelijk opgeleverd worden. Daardoor hebben we onszelf niet genoeg de tijd gegeven om iteraties tussen ontwerp en prijs te maken.” Zandboer beaamt dit: “Omwille van de snelheid hebben wij in het begin een eigen interpretatie gegeven van de producten die wij moesten gebruiken, en daar ging het niet helemaal goed.”

In het definitief dynamisch ontwerp was voor een aantal materialen duidelijk aangegeven welk hoogwaardig hergebruikt materiaal gebruikt moest worden. Maar voor een aantal onderdelen lag dat hoogwaardig hergebruikte materiaal niet klaar. “Oh, er is niets gezegd over hergebruikt hout voor deze wand, dús we gebruiken nieuw hout, dachten we,” blikt Zandboer terug. “FSC-verantwoord nieuw hout, dat wel - maar: nieuw, niet hoogwaardig hergebruikt.”

BAM dacht oprecht er goed aan te doen om nieuw duurzaam gecertificeerd hout te gebruiken. Zandboer: “We kozen bewust voor de snelste en de goedkoopste oplossing, ook omdat we dan zo snel mogelijk door konden naar hetgeen waar de focus op ligt; het hergebruikt materiaal dat al klaar lag om verwerkt te worden op andere plekken in het proces.”

“Wij steigerden zo ongeveer van onze stoelen af,” reageert Govaart. “Hoe kan het nou dat ze ook nieuw hout gebruiken? Maar hiervan leerden we: je moet continu bij elkaar de vinger aan de pols houden.”

Circulair bouwen heeft continu dialoog nodig tussen alle partijen in het bouwteam. En een andere aanpak. “We geven nu open begrotingen af, waarin we hergebruikt en nieuw materiaal naast elkaar zetten. Zo is de wellicht hogere post arbeid wat beter uit te leggen, en daarmee maken we de afwegingen inzichtelijker.” Hergebruikt materiaal hoeft niet perse duurder te zijn, leerde Zandboer, maar het proces zit totaal anders in elkaar.

Van fuck-up naar voorbeeldfunctie

Toch is juist het hout van de eerste wand een goed voorbeeld van de uitdagingen van circulair bouwen. “Grappig genoeg dachten allebei de partijen er goed aan hebben gedaan,” blikt Govaart terug. “Als gevolg van corona is er onvoldoende ter plaatse overlegd, en zat het er ineens op. Dan is de vraag: wat nu? Wij dachten in eerste instantie direct: haal het er maar af, maar ja...” Zandboer vult aan: “We hebben toen gezamenlijk besloten: laat dit hout een voorbeeld zijn van een fuck-up die ontstond, terwijl we allebei goede intenties hadden.”

Modulair bouwen met hoogwaardig hergebruikt hout

Er is sprake van een kantelpunt in de geschiedenis van circulair bouwen: er is een enorme ambitie, en mede daardoor worden er veel modulaire oplossingen ontwikkeld en aangeboden. Tegelijkertijd komt er ook een enorme hoeveelheid gebruikt materiaal vrij uit de sector. Deze reststroom is van hoge kwaliteit, is beschikbaar en vrijwel CO2-neutraal; er hoeven geen nieuwe grondstoffen voor gebruikt te worden.

“Als we dat hoogwaardige gebruikte materiaal uit de sloop zouden gaan gebruiken,” legt Govaart uit, “zouden we als bouwwereld een enorme positieve impact kunnen maken.” Toch gebeurt dat nog lang niet zoveel als zou moeten. “Ook dat heeft een simpele reden: het is bewerkelijk, en daardoor nog te duur. Zolang er geen belasting zit op nieuwe materialen, maar wel op arbeid, is er geen incentive voor het toepassen van hergebruikt materiaal.”

“Daarnaast is modulair en losmaakbaar ontwerpen ook het ding tegenwoordig,” zegt Zandboer. “Wat we nu doen, is modulair bouwen. De duurzame kit die we tegenwoordig gebruiken, kun je weer netjes loshalen, waardoor het materiaal te hergebruiken is. We ontwerpen demontabel.” Design for future use, noemt Govaart dat.

… én te hergebruiken materiaal

In het circulair bouwproces maak je samen beslissingen, steeds op basis van een aantal variabelen: de mate van duurzaamheid, de mate van hergebruikt materiaal én die van te hergebruiken materiaal. Die laatste twee lijken op elkaar, maar zijn twee totaal verschillende zaken. Modulair bouwen met hoogwaardig hergebruikt materiaal heeft vergaande consequenties in het hele bouwproces - zéker in een omgeving waarin hoge eisen aan de hygiëne worden gesteld, zoals zowel in het BlueCity Lab als in de FoodHub het geval is.

“Het moest HACCP-proof zijn,” licht Govaart toe. “Daar kun je twintig verschillende interpretaties op loslaten, bleek achteraf. Het zit erg in de details; hoe je een plint vastmaakt aan de muur bijvoorbeeld. Je ontkomt in een hoogwaardig hygiënische ruimte niet aan kit, alles moet goed afneembaar zijn. Het probleem met kit is dat dat dit vol zit met superchemische vluchtige stoffen met een grote negatieve impact. Het was dus zoeken naar een alternatief dat het minst slecht was.”

The definition of done

Bij de bouw van het BlueCity Lab en de FoodHub zijn geen specifieke, meetbare doelen opgeschreven; dat is nauwelijks te doen met een dynamisch definitief ontwerp, want heel veel is nog in ontwikkeling en je moet altijd afweging maken tussen tijd, geld en kwaliteit.

Een concreet voorbeeld: soms moet je lang zoeken naar een hoogwaardig hergebruikte HACCP-vloer, die ook nog biobased is. Maar die wachttijd kost geld, want hoe langer je wacht, hoe langer het duurt voor het BlueCity Lab open kan. “En toch,” peinst Govaart, “een SMART-ambitie, uitgedrukt in percentages, had ons kunnen helpen sneller knopen door te hakken. Om te zeggen: this is the definition of done. Daar zijn wij, als BlueCity niet zo goed in, omdat wij zo ambitieus zijn.”

Voor het volgende bouwproject in BlueCity heeft het team de ambitie daarom toch iets preciezer benoemd: zoveel mogelijk hoogwaardig hergebruikt en te hergebruiken materiaal gebruiken, zo weinig mogelijk vluchtige stoffen en zo min mogelijk beton.

Reuring in de markt

Door hun samenwerking hebben BAM en BlueCity voor reuring gezorgd in de markt én de keten. “Dat heb ik gemerkt bij onze leveranciers,” legt Zandboer uit: “Pontmeyer, een grote speler in de markt, is echt stappen gaan zetten nadat wij vroegen om hoogwaardig te hergebruiken materiaal. Ze zijn anders gaan inkopen, omdat BAM daarom vraagt.”

Er ontstaat een verdienmodel, omdat er een vraag ontstaat. En economische haalbaarheid zorgt ervoor dat circulair bouwen kan gaan vliegen op grotere schaal. “Neem nou Kingspan,” zegt Govaart, “dat is een grote, traditionele multinational.” Kingspan stapte net als BAM in omdat ook zij de mogelijkheid zagen om te leren. “Kingspan besloot de gebruikte-koelwanden in de FoodHub ‘as a service’ aan te bieden.” Door het risico bij zichzelf te houden, kan Kingspan koelwanden die cosmetisch wat minder mooi, want gedeukt, zijn, toch wegzetten.

> lees hier het interview met ketenpartners Kingspan en Hans van der Meijs bv

Dromen van dashboards en urgentie

Gevraagd naar hun droomscenario’s hoeven de twee niet lang na te denken: dat circulair denken een stuwende kracht wordt, in plaats van ‘iets dat in 2050 moet’. De enige manier waarop dat kan, is als het gevoel van urgentie veel groter wordt in de sector. Volgens Zandboer heeft de overheid daarin een belangrijke taak: “De overheid heeft harde eisen en cijfers, maar laat ons wel heel erg spartelen.” Govaart vult aan: “Het is erg fragmentarisch; sommige gemeentelijke overheden vinden het belangrijk en willen er aan meedoen, andere weer niet. Het Rijk kan bijdragen door aanbestedingswetten aan te passen, bijvoorbeeld.”

“Intern is onze ambitie: 100% hergebruik of recycling van ons bouw- en kantoorafval in 2025. Het zou enorm helpen als er een soort dashboard komt dat laat zien waar we staan,” denkt Zandboer. “Dan ontstaat er ook voor de partijen die nu nog tegen zijn, of het belang van circulair bouwen nog niet zien, een soort urgentie. Dan ontstaat een stuwende kracht. Dan hoef je anderen niet te overtuigen, maar ga je het met zijn allen gewoon doen.”

Govaart sluit af: “Circulair bouwen - dat gaat gebeuren, dat kan niet anders. Nu is het nog een systeemverandering, en dat vraagt om constant trekken en duwen. Maar partijen als BAM die nu serieus aan de slag gaan met circulair, die zijn er klaar voor de toekomst, wanneer het Rijk circulariteit vereist. Dus ja, circulair denken als stuwende kracht is nu nog een droomscenario - maar wel één die zeker uitkomt.”

Samenwerking in de keten - hoe werkt dat?

Bij de circulaire bouw in BlueCity ligt de focus op hoogwaardig te hergebruiken materiaal. Dat heeft vergaande consequenties; om in 2050 100% circulair te werken, is samenwerking in de keten key. Dat is niet altijd makkelijk. BAM Bouw en Techniek en BlueCity geven openheid van zaken in een serie interviews. Door te spreken met mensen in de hele keten, van opdrachtgever en directeur tot projectmanager, leverancier en timmerman, worden ook de rauwe randjes eerlijk in beeld gebracht.

 

 

 

Meer weten over de circulaire bouw in BlueCity?

BlueCity is een voorbeeldstad voor de circulaire economie. Na vijf jaar bouwen is het pand uitgegroeid tot landingsplek voor innovatieve ondernemers en spil van de circulaire economie in de stad én de regio. Die enorme ambitie wordt gerealiseerd door mensen die de economie radicaal veranderen – van lineair naar circulair. En dat geldt ook voor het gebouw zélf; dat wordt van servicekelder tot zonnedak circulair verbouwd. Hoe?

> lees het dossier ‘Circulaire bouw in BlueCity